Toch heeft voorlezen al vroeg zin. Sterker nog: je kunt er eigenlijk niet vroeg genoeg mee beginnen.
Spelen met boeken hoort er gewoon bij
Voor een jonge baby is een boek in eerste instantie vooral interessant als object. Een stoffen boekje? Lekker om aan te sabbelen. Een knisperboek? Fantastisch geluid. Een kartonnen boek? Prima om eens mee te slaan.
En dat is helemaal goed. Je baby ontdekt eerst wat hij met een boek kan dóén. Pas later ontdekt hij wat erin staat.
Pasgeboren baby’s zien bovendien nog niet alle kleuren en kunnen maar beperkt scherp zien. Kies daarom in het begin voor duidelijke, contrasterende afbeeldingen, zoals zwart-witpatronen. Ook voel- en knisperboeken met verschillende structuren zijn een hit.
Heeft voorlezen aan een baby echt zin?
Ja. Voorlezen ondersteunt de taalontwikkeling van je baby. Door jouw stem te horen, krijgt je kind voortdurend woorden, klanken en zinnen mee. Ook de interactie rondom een boek is belangrijk. Je kijkt samen, wijst dingen aan, maakt geluiden en reageert op elkaar.
Je baby leert zo stap voor stap dat die gekke verzameling geluiden die jij de hele dag produceert ergens naar verwijst. Een koe zegt boe, een bal is een bal en mama blijkt blijkbaar héél veel te kunnen praten over een boek met één afbeelding van een beer.
Voorlezen stimuleert daarnaast onder meer het luisteren, de concentratie, het contact tussen ouder en kind en de fantasie.
Volg vooral je baby
Je hoeft van het voorleesmoment geen examen te maken. Heeft je baby na twee pagina’s alweer besloten dat het plafond interessanter is? Prima.
Kijkt hij weg, wordt hij onrustig of is hij duidelijk klaar? Stop dan gewoon. Voorlezen moet geen verplicht nummer worden. Je baby zoekt vanzelf weer contact met het boek wanneer hij daar zin in heeft.
Vanaf welke leeftijd kun je beginnen?
Eigenlijk kun je vanaf de geboorte al samen naar boekjes kijken en praten. Rond de drie maanden kan je baby steeds beter kort naar grote, duidelijke afbeeldingen kijken. Een lang verhaal hoeft natuurlijk nog niet. Een paar minuten samen kijken, aanwijzen en praten is al waardevol.
Maak er gerust geluiden bij. Een hond doet woef, een auto toet toet en een kikker… nou ja, daar mag je je eigen interpretatie op loslaten.
Hoe ouder je baby wordt, hoe beter hij de koppeling gaat maken tussen wat hij ziet en de woorden die jij gebruikt. Zo groeit een simpel plaatjesboek langzaam uit tot een klein taallaboratorium op schoot.
Rond negen maanden: tijd voor verhaaltjes
Rond de negen maanden kun je steeds meer eenvoudige verhaaltjes introduceren. Sommige baby’s kunnen op deze leeftijd al dingen aanwijzen wanneer je ernaar vraagt. Ook boekjes met rijm doen het vaak goed.
Blijf vooral kijken naar je kind. De ene baby zit ademloos te luisteren naar een verhaal over een eend, terwijl de andere vooral wil weten of het boek ook gegeten kan worden.
Het belangrijkste is niet hoeveel pagina’s je haalt. Het gaat om het moment van samen zijn, praten, kijken en luisteren.


