Zoeken

Kies nu voor een abonnement met korting

Je kind is allang geen baby meer, maar doorslapen blijft een ding: wat werkt écht?

Gepubliceerd op: 26 oktober 2026

Je peuter wordt midden in de nacht wakker, je kleuter staat om 04.00 uur naast je bed en zelf begin je inmiddels te functioneren op koffie en pure wilskracht. Nachtelijk wakker worden stopt niet automatisch zodra je kind geen baby meer is. Maar hoe help je je kind beter slapen? Van slimme aanpassingen in het slaapritme tot alternatieve therapieën: dit kun je proberen.
Tekst: Zoey Ivory

Doorslapen? Wat bedoel je?

Een baby die ‘s nachts wakker wordt, vinden we meestal niet zo gek – al vliegen de vragen of je baby van net 2 weken oud al doorslaapt je om de oren. Honger, een volle luier of gewoon even behoefte aan contact: het hoort er voor veel ouders bij. Maar wanneer je kind twee, drie of zelfs vier jaar oud is, verwachten we toch een beetje dat de nachten inmiddels van onszelf zijn. Helaas heeft niet ieder kind die memo ontvangen.

Sommige peuters worden nog meerdere keren per nacht wakker. Andere kinderen slapen maandenlang prima en besluiten vervolgens dat hun eigen bed eigenlijk helemaal niet zo gezellig is. En dan zijn er nog de kinderen die om drie uur ‘s nachts doodleuk aan je bed staan met de mededeling dat ze niet meer kunnen slapen. Gezellig, maar liever om een uur of negen ‘s ochtends.

Toch is nachtelijk wakker worden niet automatisch een teken dat er iets misgaat. Kinderen verschillen in hun slaapbehoefte en ontwikkeling. Bovendien worden we allemaal meerdere keren per nacht kort wakker; het verschil zit er vaak in of we daarna zelfstandig weer in slaap vallen.

De vraag is dus niet alleen hoe je je kind de hele nacht laat slapen, maar vooral: waarom wordt het wakker en wat heeft het nodig om weer verder te slapen?

Waarom wordt mijn peuter of kleuter ‘s nachts wakker?

Er is niet één verklaring voor nachtelijk wakker worden. Bij peuters kan de behoefte aan nabijheid een rol spelen, terwijl kleuters bijvoorbeeld last kunnen krijgen van nachtmerries of angst voor het donker. Ook veranderingen in het gezin, een nieuwe opvang, spanning of een ontwikkelingsfase kunnen tijdelijk invloed hebben op de nachtrust.

Daarnaast kan het slaapritme niet goed aansluiten bij de behoefte van je kind. Een peuter die overdag nog lang slaapt, heeft ‘s avonds misschien onvoldoende slaapdruk opgebouwd. Een kind dat juist oververmoeid is, kan eveneens moeilijker in slaap vallen.

En soms ligt de oorzaak helemaal niet bij het slaapritueel of de opvoeding. Lichamelijk ongemak, jeuk, pijn of problemen met de ademhaling kunnen de nachtrust verstoren.

Het belangrijkste: probeer niet direct een oplossing te kiezen voordat je weet welk probleem je eigenlijk probeert op te lossen. Een kind dat bang wakker wordt, heeft iets anders nodig dan een kind dat iedere avond een uur klaarwakker in bed ligt.

7 tips die je kunnen helpen bij nachtelijk wakker worden

1. Houd een slaapdagboek bij

Het klinkt misschien niet als de meest spannende tip, maar het kan je verrassend veel inzicht geven. Houd een week lang bij hoe laat je kind naar bed gaat, wanneer het daadwerkelijk in slaap valt, of het overdag slaapt en hoe vaak het ‘s nachts wakker wordt.

Schrijf ook op wat er gebeurt wanneer je kind wakker wordt. Is het verdrietig, bang, klaarwakker of juist nog half aan het slapen? En hoe reageert het wanneer je erbij komt?

Misschien ontdek je dat je kind vooral wakker wordt na een lange middagslaap. Of dat het iedere nacht rond hetzelfde tijdstip wakker is en dan lang wakker blijft. Met die informatie kun je gerichter iets veranderen. Je hoeft dus niet meteen het complete slaapritueel om te gooien.

2. Probeer de bedtijd eens aan te passen

Ligt je kind iedere avond lang wakker, ondanks een uitgebreid ritueel met bad, boekjes en knuffels? Dan kan het zijn dat de bedtijd niet goed aansluit bij het natuurlijke slaapritme.

Een minder bekende methode is bedtime fading. Daarbij verschuif je de bedtijd tijdelijk naar het moment waarop je kind doorgaans daadwerkelijk in slaap valt. Valt je kind bijvoorbeeld structureel pas om 20.45 uur in slaap, terwijl het om 19.30 uur al in bed ligt? Dan kan een iets latere bedtijd een beginpunt zijn.

Wanneer je kind vervolgens makkelijker en sneller inslaapt, vervroeg je de bedtijd geleidelijk, bijvoorbeeld in stapjes van vijftien minuten. Een vast tijdstip om op te staan blijft daarbij belangrijk.

Deze aanpak wordt beschreven in slaapinterventies voor kinderen, maar is niet voor ieder slaapprobleem geschikt. Houd rekening met de totale slaapbehoefte van je kind en voorkom dat het structureel te weinig slaap krijgt. Bij aanhoudende problemen kan een deskundige helpen om het ritme goed af te stemmen.

3. Bouw jouw aanwezigheid stap voor stap af

Valt je kind alleen in slaap wanneer jij ernaast ligt? Of moet je midden in de nacht opnieuw naast het bed gaan zitten totdat de oogjes dichtvallen? Dan kan het zijn dat je kind jouw aanwezigheid nodig heeft om weer in slaap te komen.

Dat betekent niet dat je iets verkeerd hebt gedaan. Het is simpelweg een patroon dat zich kan ontwikkelen. Je kunt proberen die ondersteuning geleidelijk af te bouwen.

Begin bijvoorbeeld met naast het bed zitten. Na een paar nachten schuif je iets verder weg, daarna richting de deur en uiteindelijk de kamer uit. Je blijft beschikbaar, maar je aanwezigheid verandert langzaam.

Dit kan helpen bij kinderen die gewend zijn om met hulp in slaap te vallen. Het hoeft niet met huilen of een harde aanpak. Kijk vooral hoe je kind reageert en kies een tempo dat voor jullie werkt.

4. Maak een nachtelijk plan met je kind

Vooral bij kleuters kan het helpen om overdag al te bespreken wat er gebeurt als ze ‘s nachts wakker worden. Niet tijdens een nachtelijke discussie waarin iedereen moe is, maar op een rustig moment.

Spreek bijvoorbeeld af dat je kind eerst probeert te blijven liggen, de knuffel pakt of het nachtlampje aandoet. Is het bang of lukt het niet om weer in slaap te vallen? Dan mag het natuurlijk om hulp vragen.

Je kunt ook samen een eenvoudig stappenplan maken met plaatjes. Dat maakt de afspraak begrijpelijker voor jonge kinderen.

Een nachtlampje kan helpen wanneer je kind bang is in het donker. Ook een vaste geruststellende zin, zoals ‘je bent veilig, het is nog slaaptijd en ik ben dichtbij’, kan houvast geven.

Het doel is niet dat je kind zich bezwaard voelt om naar je toe te komen. Het gaat erom dat het leert wat het kan proberen wanneer het wakker wordt.

5. Kijk of er overdag iets speelt

Soms begint een slechte nacht niet in de slaapkamer, maar eerder op de dag. Een kind dat naar een nieuwe opvang of school gaat, een spannende periode doormaakt of veel veranderingen ervaart, kan ‘s nachts meer behoefte hebben aan nabijheid.

Dat betekent niet dat je achter iedere onrustige nacht een verborgen emotioneel probleem moet zoeken. Maar het kan zinvol zijn om eens stil te staan bij wat je kind bezighoudt.

Neem overdag de tijd om samen te spelen, te lezen of rustig te praten. Jonge kinderen kunnen hun gevoelens niet altijd goed onder woorden brengen. Spel en tekeningen kunnen helpen om te ontdekken waar ze mee zitten.

Is je kind opeens bang geworden om alleen te slapen? Vraag dan eens waar die angst vandaan komt. Misschien is er iets gebeurd, heeft het een enge droom gehad of is de fantasie simpelweg volop in ontwikkeling.

6. Vergeet lichamelijke oorzaken niet

Niet ieder slaapprobleem is met een nieuw ritueel op te lossen. Soms is er een lichamelijke oorzaak die aandacht verdient.

Let bijvoorbeeld op hard snurken, opvallend onrustig slapen, ademstops, pijn of jeuk. Ook rusteloze benen kunnen de slaap verstoren. Bij dergelijke klachten is het verstandig om contact op te nemen met de huisarts.

Wees ook alert wanneer je kind overdag opvallend moe is, moeite heeft met functioneren of wanneer het slaapgedrag langdurig verandert. Kinderen die onvoldoende slapen, zijn overigens niet altijd duidelijk slaperig. Sommige kinderen worden juist drukker of prikkelbaarder.

Blijft je kind vaak wakker worden, ondanks aanpassingen in het slaapritme? Bespreek het dan met de huisarts of jeugdgezondheidszorg. Soms is verder onderzoek nodig voordat je met slaapadviezen aan de slag gaat.

7. Overweeg hulp als je er zelf niet meer uitkomt

Je hoeft niet iedere nacht opnieuw het wiel uit te vinden. Wanneer het slaapgebrek het hele gezin begint op te breken, kan begeleiding prettig zijn.

Een jeugdarts, huisarts of deskundige met ervaring in kinderslaap kan helpen om patronen te herkennen en een aanpak te kiezen die bij jouw kind past. Denk aan het aanpassen van de bedtijd, het afbouwen van ouderlijke aanwezigheid of het oefenen met zelfstandig weer inslapen.

Belangrijk is dat de aanpak aansluit bij de leeftijd, de oorzaak van het probleem en jullie gezinssituatie. Wat bij het ene kind werkt, kan bij het andere juist meer onrust opleveren.

En als je kind na maanden doorslapen opeens weer wakker wordt?

Ook dat komt voor. Een kind dat lange tijd prima sliep, kan ineens weer ‘s nachts wakker worden. Dat kan samenhangen met een verandering in de omgeving, een nieuwe angst, een ontwikkelingsfase of een tijdelijke verstoring van het slaapritme.

Probeer eerst te achterhalen of er iets is veranderd. Is je kind ziek geweest? Is er iets spannends gebeurd? Is het dutje overdag veranderd of is de bedtijd verschoven?

Geef je kind ondertussen geruststelling en probeer de gebruikelijke routine vast te houden. Je hoeft niet meteen een compleet nieuw slaapsysteem te bedenken omdat het een paar nachten minder goed gaat.

Blijft het probleem aanhouden, wordt het erger of zie je andere klachten? Dan is het verstandig om hulp te zoeken.

Tot slot: doorslapen is geen opvoedwedstrijd

Er bestaat geen magische leeftijd waarop ieder kind ineens de hele nacht doorslaapt. En een kind dat ‘s nachts wakker wordt, is niet automatisch verwend, slecht opgevoed of onvoldoende zelfstandig.

Wat helpt, hangt af van de oorzaak. Soms is een kleine aanpassing in het slaapritme voldoende. Soms heeft je kind behoefte aan extra geruststelling, en soms is het nodig om verder te kijken dan gedrag alleen.

En vergeet jezelf niet. Nacht na nacht wakker worden is vermoeiend, zeker wanneer je overdag ook nog moet werken, opvoeden en het huishouden draaiende houden. Je hoeft niet iedere tip uit te proberen en al helemaal niet alles tegelijk.

Begin klein, kijk wat bij jullie past en zoek hulp als je er niet uitkomt. Het doel is niet om de perfecte slaper af te leveren, maar om ervoor te zorgen dat je kind én jijzelf weer voldoende rust krijgen.

 

Heb jij een ervaringsverhaal die je met ons wil delen? Mail ‘m naar redactie@fabulousmama.nl.
 
Scrollen is leuk. Maar een verse Fabulous Mama op de mat? Nog leuker. Check onze abonnementen hier.
 
Wil je tussendoor ook niets missen? Volg ons op Facebook, Instagram en
TikTok en schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.
Dan komen de leukste tips, verhalen en winacties gewoon naar je toe.

Shop losse edities

Bestel Fabulous Mama en krijg hem gratis thuisbezorgd!

ALLEEN VOOR NIEUWE ABONNEES

Ontvang 6x Fabulous Mama op de deurmat én een persoonlijk cadeau naar keuze.