“Wat moet ik hierop antwoorden?” “Ben ik gek dat ik me zo voel?” En misschien wel de meest herkenbare: “Kun je dit bericht iets minder passief-agressief maken?”
Waar we vroeger onze beste vriendin belden, openen we nu steeds vaker een AI-assistent. Bijna de helft van de Nederlanders tussen de 18 en 40 jaar gebruikt AI inmiddels voor persoonlijke of emotionele gesprekken. En van de mensen die dat doen, bespreekt twee op de drie weleens iets met AI wat ze anders waarschijnlijk met een echt persoon zouden bespreken.
Best bijzonder. We hebben dus een digitale gesprekspartner gemaakt die 24/7 beschikbaar is, nooit zegt dat ze “even echt geen ruimte in haar hoofd heeft” en je ook niet na drie alinea’s onderbreekt met: “Oh, precies dat heb ik ook!”
AI oordeelt niet
Waarom we ons blijkbaar makkelijker blootgeven aan een chatbot? Omdat AI nogal wat sociale drempels wegneemt. Je hoeft niemand tot last te zijn, bent niet bang dat je wordt uitgelachen en hoeft ook niet te wachten tot je vriendin klaar is met de kinderen, werk, boodschappen en haar eigen emotionele breakdown.
AI luistert gewoon.
Volgens sociaal psycholoog Stijn Boermans kan AI bovendien steeds beter reageren op emoties. Dat kan prettig voelen wanneer je met iets zit waar je moeilijk over praat.
En AI wordt niet alleen ingezet als digitale klaagmuur. Meer dan de helft van de gebruikers gebruikt het ook om een lastig gesprek voor te bereiden. Eerst even aan de chatbot vragen hoe je moet vertellen dat je boos bent op je partner, voordat je daadwerkelijk naast hem op de bank ploft. Scheelt misschien een hoop “nee, er is niks”-momenten.
Maar daar zit ook een addertje
Want hoe handig het ook is: sociale vaardigheden zijn geen app die je eindeloos kunt uitbesteden.
Vooral jongeren tussen de 18 en 25 jaar geven aan zich zonder AI soms onzeker te voelen bij gesprekken over ruzies, gevoelens en andere ongemakkelijke onderwerpen. Eén op de zes jonge gebruikers zegt zelfs sinds de komst van AI minder betekenisvolle gesprekken in het echte leven te voeren.
Gedragspsycholoog en AI-expert Sanne Cornelissen vergelijkt sociale vaardigheden met een spier: je moet ze blijven trainen. En dat betekent dus soms ook gewoon een ongemakkelijk gesprek voeren zonder eerst ChatGPT te vragen of je tekst “iets warmer, maar niet té needy” kan maken.
En dan is er nog de rest van AI
Want AI is natuurlijk niet alleen maar die geduldige digitale vriendin.
Er zijn ook serieuze vragen over privacy, datagebruik, energieverbruik en de hoeveelheid technologie waar we inmiddels afhankelijk van worden. Hoe verstandig is het bijvoorbeeld om je diepste relatieproblemen, onzekerheden en persoonlijke details aan een systeem toe te vertrouwen? En als AI steeds meer voor ons denkt, schrijft en reageert: worden wij daar uiteindelijk zelf beter van, of vooral luier?
Tegelijkertijd blijft onze behoefte aan echte mensen gewoon bestaan. Eén op de vier Nederlanders voelt zich regelmatig eenzaam en één op de drie heeft behoefte aan meer betekenisvolle menselijke connecties. Bijna de helft van de mensen die zich na een gesprek met AI begrepen voelt, wil daarna alsnog met een echt persoon praten.
Logisch ook. Een chatbot kan je helpen formuleren dat je verdrietig bent. Maar hij komt niet spontaan met een knuffel, dekentje, en een veel te dure koffie aanzetten.
Het onderwerp stond deze week centraal tijdens een tentoonstelling in Amsterdam, waar honderden geanonimiseerde, persoonlijke vragen aan AI werden verzameld. Best confronterend als je bedenkt hoeveel mensen blijkbaar eerst tegen een chatbot zeggen wat ze voelen, voordat ze het tegen degene naast ze op de bank vertellen.
AI kan dus best een handige digitale hulplijn zijn. Maar voor sommige dingen blijft een echte vriendin toch verdacht moeilijk te vervangen.

