In Nederland is een zwangerschapsafbreking wettelijk toegestaan tot 24 weken zwangerschap. Tot ongeveer 22 weken gebeurt dit meestal in een abortuskliniek. Daarna is vanwege de aard en duur van de behandeling doorgaans een ziekenhuis nodig. In de praktijk blijkt die zorg tussen 22 en 24 weken echter niet overal beschikbaar. Daardoor wijken vrouwen die op dat moment hun zwangerschap willen afbreken regelmatig uit naar het buitenland.
Waarom willen meer ziekenhuizen deze zorg aanbieden?
De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) willen dat de bestaande zorg beter over Nederland wordt verdeeld. Volgens de NVOG is zwangerschapsafbreking tussen 22 en 24 weken al toegestaan, maar is de toegang ertoe in de praktijk niet overal goed geregeld.
Daarom wordt nu verkend welke ziekenhuizen deze zorg zouden kunnen gaan aanbieden. Het gaat dus niet om een nieuwe wettelijke abortusgrens. Ook worden ziekenhuizen en zorgverleners niet verplicht om mee te werken.
Het Amsterdamse OLVG is één van de ziekenhuizen dat belangstelling heeft getoond. Het ziekenhuis benadrukte eerder dat er nog geen daadwerkelijke pilot was gestart, maar dat het zich in een verkennende fase bevond. Daarbij wordt onder meer gekeken wat er nodig is om de zorg veilig en zorgvuldig te organiseren.
Waarom is abortus tussen 22 en 24 weken zo beladen?
Dat heeft vooral te maken met de zwangerschapsduur. Rond deze termijn zijn veel lichaamsdelen en organen van de foetus al gevormd en komt de grens van mogelijke levensvatbaarheid buiten de baarmoeder dichterbij. Bij een zwangerschapsafbreking in deze fase kan het bovendien voorkomen dat er na de geboorte nog kortdurend een teken van leven wordt waargenomen. Minister Hermans schrijft dat in zulke situaties zorg wordt verleend waarbij het voorkomen van lijden centraal staat. Over hoe vaak dit precies voorkomt, zijn geen landelijke gegevens beschikbaar.
Ook de mogelijke pijnbeleving van de foetus is onderwerp van discussie. Hermans noemt die wetenschappelijk complex en zegt dat niet eenduidig vaststaat vanaf welk moment een foetus pijn ervaart. Dat maakt dit onderwerp niet alleen medisch, maar ook ethisch bijzonder ingewikkeld.
Het gaat niet alleen om medische redenen
Een zwangerschapsafbreking tussen 22 en 24 weken hoeft niet uitsluitend vanwege een medische diagnose plaats te vinden. Ook een zogenoemde sociale indicatie kan een rol spelen. Daarmee wordt bedoeld dat een zwangerschap bijvoorbeeld ongewenst of ongepland is of dat er andere persoonlijke omstandigheden zijn waardoor iemand de zwangerschap niet wil of kan voortzetten.
Hoeveel zwangerschapsafbrekingen precies om een sociale of medische reden plaatsvinden, is overigens niet bekend. De reden voor een abortus wordt in de landelijke registratie niet op die manier vastgelegd.
Geen verruiming van de wet, wél een verandering in de praktijk
Daar zit meteen een belangrijk verschil van inzicht. Minister Hermans benadrukt dat de wettelijke grens van 24 weken niet verandert. Volgens haar gaat het om het toegankelijker maken van zorg die al binnen de bestaande wet mogelijk is. De NVOG sluit daarbij aan en spreekt over betere toegang tot bestaande zorg.
Tegenstanders van de ontwikkeling, waaronder de SGP en PVV, zien dat anders. Zij stellen dat het in de praktijk wel degelijk neerkomt op een verruiming, omdat zwangerschapsafbrekingen tussen 22 en 24 weken zonder medische indicatie tot nu toe slechts zeer sporadisch in Nederlandse ziekenhuizen plaatsvinden. Die politieke discussie loopt inmiddels volop.
Hoe vaak gebeurt een abortus zo laat?
Het gaat om een relatief kleine groep. In 2024 werden in Nederland ruim 39.000 zwangerschapsafbrekingen geregistreerd. Meer dan 90 procent daarvan vond plaats bij een abortuskliniek. De IGJ registreerde dat zwangerschapsafbrekingen tussen 22 en 24 weken een klein deel van het totaal vormden.
Dat neemt niet weg dat juist voor de vrouwen om wie het gaat, de toegang tot zorg grote gevolgen kan hebben. De NVOG benadrukt dat het vaak om zeer moeilijke en kwetsbare situaties gaat en dat passende zorg zo mogelijk dichter bij huis beschikbaar moet zijn.
Wat gebeurt er nu?
Voorlopig wordt onderzocht welke ziekenhuizen deze zorg eventueel kunnen aanbieden en wat daarvoor nodig is. Hoeveel ziekenhuizen uiteindelijk daadwerkelijk deelnemen, is nog niet bekend. Ook worden de namen van de andere geïnteresseerde ziekenhuizen vooralsnog niet openbaar gemaakt.
De wettelijke grens verandert dus niet: in Nederland blijft zwangerschapsafbreking tot 24 weken toegestaan. De discussie gaat nu vooral over de vraag waar en onder welke omstandigheden die bestaande zorg tussen 22 en 24 weken in Nederland beschikbaar moet zijn. En precies daarover verschillen politiek, zorgprofessionals en maatschappelijke organisaties stevig van mening.

