Zoeken

Kies nu voor een abonnement met korting

Echt Mama: Miël heeft borstkanker: ‘De diagnose waar ik zo bang voor was, bracht me onverwacht rust’

Gepubliceerd op: 26 oktober 2026

In ‘Echt Mama’ delen lezeressen hun meest eerlijke en rauwe verhalen. Zonder filter, precies zoals het leven is. Dit keer vertelt Miël (28) over de dag waarop ze ontdekte dat het knobbeltje in haar borst borstkanker was. Maar ook over iets wat ze zelf nauwelijks durfde uit te spreken: sinds haar diagnose voelt ze zich mentaal juist beter dan tijdens de periode waarin ze kampte met een depressie.
Tekst: Miël Reijnen

‘Zal ik toch maar bellen?’

Op 27 augustus ga ik naar de huisarts. Al een week of vier voel ik een knobbeltje in mijn borst. Waarschijnlijk is het gewoon weefsel dat wat dikker is, denk ik. Dat had ik eerder ook weleens, toen ik borstvoeding gaf. Mijn kinderen zijn nu vier en één.

Toch blijf ik het voelen.

Zal ik bellen? Of stel ik me aan?

Nog geen twee weken eerder was ik ook al bij de huisarts geweest vanwege een plekje op mijn voet, bang voor huidkanker. ‘Hier kun je honderd mee worden,’ zei de huisarts toen.

Misschien denkt ze nu wel: daar heb je haar weer.

Mijn zoontje is ziek en mijn dochter moet naar school. Ik twijfel zelfs nog of ik de afspraak zal afzeggen. Uiteindelijk bel ik toch.

‘Ik red 8.15 uur niet, mijn zoontje is ziek en mijn dochter moet naar school.’

‘Mevrouw, ik zie waarvoor u komt. Het lijkt me wel handig dat u komt.’

Dan toch maar.

De huisarts voelt aan mijn borst en ik denk nog: ze zal wel niks voelen.

Maar ze voelt het meteen.

‘Dit bedoel je, of niet?’

‘Ja.’

Ik krijg te horen dat ze niet kan zeggen of het goed- of kwaadaardig is. Daarvoor moet ik naar het ziekenhuis.

Vijf dagen later zit ik daar.

‘Ik heb twee kinderen’

Een echo. Een punctie. Een biopt.

Tijdens de echo zien ze een knobbel. Na de punctie verdwijnen de dokter, radioloog en anesthesist even naar een kamer ernaast. Ik lig daar alleen en huil. Ik ben bang, maar vooral omdat niemand zegt: ‘Het is waarschijnlijk niks.’

Ze noemen het C3, een grijsgebied. Nog niets is zeker.

Mijn moeder zit al ruim een halfuur in de wachtkamer terwijl de afspraak maar twintig minuten zou duren. Ze mocht niet mee naar binnen. Later vertelt ze dat ze het personeel in de gaten hield en zich afvroeg of ze haar wel zouden halen als er iets ernstigs met mij was.

Omdat de punctie geen duidelijkheid geeft, besluiten ze meteen een biopt te nemen. Ik wacht opnieuw.

Alleen.

Mijn hoofd schiet alle kanten op.

Ik heb twee kinderen. Ik kan toch niet echt kanker hebben?

Wanneer de radioloog binnenkomt, probeer ik nog aan te geven hoe emotioneel ik ben.

‘Ik heb twee kinderen…’

‘9 op de 10 is het niks ergs. Niet van het ergste uitgaan.’

Daarna neemt hij het biopt. Drie hapjes uit de knobbel.

Als ik de kamer uit kom en mijn moeder zie, schieten de tranen weer omhoog. Ze slaat een arm om me heen en samen lopen we naar de mammapoli.

Die middag krijgen we uiteindelijk het bericht waar ik bang voor was.

Er zijn kwaadaardige cellen gevonden.

Ik heb kanker.

Welke vorm, hoe behandelbaar het is en wat me precies te wachten staat, moet nog blijken uit het biopt en de scans. Deze uitslag zal een paar dagen later volgen.

De week van het afwachten

En dan gebeurt er iets wat ik zelf moeilijk kan uitleggen.

Ik voel me eigenlijk best goed.

Ik lees ‘stiekem’ al informatie op de website van het ziekenhuis. Ik maak zelfs met AI een eigen behandelplan en ontdek later dat het lijkt te passen bij wat de artsen waarschijnlijk met me gaan doen.

Ik doe dingen met de kinderen. Ik voel rust. Ik voel me zelfs vrolijk.

En dat vind ik vreemd.

Een paar maanden eerder voelde ik me door mijn depressie ontzettend slecht. Nu weet ik dat ik kanker heb en voelt het mentaal juist beter. Het ging al een stuk beter, maar dit nieuws haalt me niet opnieuw onderuit.

Ik vraag mezelf af hoe dat kan.

Heeft de diagnose iets veranderd? Valt alles wat daarvoor belangrijk leek ineens weg? Heb ik nu een duidelijk doel?

Ik voel me er bijna schuldig over.

Ik heb kinderen. Dat is toch altijd een reden om gelukkig te zijn?

Maar als je weet hoe depressief zijn voelt, is dat misschien helemaal niet zo zwart-wit.

De dag van de uitslag

Op de dag van de uitslag ga ik eerst naar mijn therapeut. Daarna doe ik boodschappen. Zingend zelfs.

Ik ruim het huis op na de chaos van de ochtend en was de auto van mijn man als verrassing.

Ik voel weinig zenuwen.

En dan krijg ik de uitslag.

Het is een tumor, graad 3, triple positief, maar geen uitzaaiingen.

De arts is verbaasd over hoe rustig ik ben en over het feit dat ik al behoorlijk veel weet over wat me mogelijk te wachten staat. Dat er geen uitzaaiingen zijn geeft me ook veel rust. Het is te behandelen.

Ik weet dat ik waarschijnlijk over een paar weken op een stoel zit voor mijn eerste chemokuur. Dat mijn leven voorlopig zal bestaan uit ziekenhuisafspraken, behandelingen en bijwerkingen.

En toch voelt het nieuws voor mij niet zo zwaar als je misschien zou verwachten.

Ik wil kanker absoluut niet kleiner maken. Mijn vorm is goed te behandelen en dat is lang niet voor iedereen zo. Misschien voelt het tijdens de chemo’s totaal anders. Misschien word ik bang, valt alles tegen wanneer ik in de behandelingen zit. Misschien kom ik opnieuw in een donkere periode terecht.

Maar op dit moment voelt het anders.

Want het gekke aan de diagnose is dat ik me, sinds ik weet dat ik kanker heb, mentaal niet slechter voel dan toen ik géén kanker had.

Een tumor mag ruimte innemen

Toen de arts het zei, dacht ik niet: dit is erger dan alles wat ik ooit heb meegemaakt.

Integendeel.

Het voelde misschien wel tien keer minder zwaar dan de periode waarin ik vastzat in depressie.

En dat zegt niets over hoe ernstig kanker is.

Het zegt iets over hoe diep ik daarvoor al was gegaan.

Toen ik kanker kreeg, mocht ik bang zijn. Verdrietig. Boos. Overstuur.

Niemand verwachtte dat ik de volgende dag weer de oude zou zijn.

Maar toen ik depressief was, gaf ik mezelf nauwelijks die ruimte.

Alsof ik mezelf moest verantwoorden voor het feit dat het niet goed met me ging.

Wat een vreemde meetlat hebben we eigenlijk voor psychische pijn.

Een tumor mag ruimte innemen.

Een depressie blijkbaar veel minder.

Terwijl het vanbinnen soms precies andersom kan voelen.

Mensen kunnen zich iets voorstellen bij een diagnose als kanker. Bij psychische pijn ligt dat vaak anders. Aan de buitenkant kan er namelijk nog heel veel gewoon doorgaan.

Je zorgt voor je kinderen.

Je lacht.

Je doet boodschappen.

Je ziet er misschien zelfs prima uit.

Dus ergens denk je: ik moet dit toch gewoon kunnen?

De ruimte die er nu wél is

Nu ik weet dat ik kanker heb, krijg ik ineens alle ruimte om ziek te zijn.

Mensen brengen eten. Willen oppassen. Bellen om te vragen hoe het gaat. En echt, ik heb een lieve familie en vrienden die in de tijd van mentale klachten ook voor me klaar stonden.

Het werd me duidelijk dat alle hulp in de tijd van de depressie ook echt nodig was

En toch lukte het me toen nauwelijks om te zeggen dat ik het niet meer trok.

Nu ik me mentaal beter voel, lukt het me om te koken, te regelen en mijn kinderen te verzorgen, terwijl ik ernstig ziek ben.

Ik ben ziek, maar zo voelt het niet.

En misschien is dat precies waarom mentale ziekte zo moeilijk te begrijpen is.

Je kunt van buiten moeder zijn, partner zijn en functioneren, terwijl je vanbinnen iedere minuut probeert vol te houden.

Hoe mooi zou het zijn als we eerder durven zeggen:

Ik ben op.

Ik red het niet meer.

Zonder dat daar eerst een lichamelijke diagnose voor nodig is.

Een vreemd soort doel

En dan is er nog iets wat ik bijna niet durf te zeggen.

De kanker geeft me op dit moment iets wat ik tijdens mijn depressie zo kwijt was: een doel.

Een richting.

Ik moet ergens naartoe.

Ik wil beter worden.

Ik wil er zijn. Voor mezelf. Voor mijn man. Voor mijn kinderen.

Ik ben niet dankbaar voor kanker. Dat zal ik nooit zeggen.

Maar deze rotziekte laat me op dit moment wel weer voelen hoeveel ik van het leven houd.

Ik voel me lichamelijk sterk. Ik ben trots op mijn lichaam en op hoe ik dit draag. Ik weet dat dit kan veranderen wanneer ik verder in het behandeltraject zit, maar ik neem dit gevoel mee.

En misschien ben ik nog wel het meest trots op het feit dat ik, terwijl mijn eigen leven behoorlijk op z’n kop staat, nog steeds moeder ben.

Ik kleed mijn kinderen aan.

Knuffel ze.

Troost ze.

Breng ze naar bed.

Ik ben er.

De tegenstelling

Het gekke aan mijn verhaal is dus:

Ik kreeg kanker, maar verloor daarmee niet mijn hoop.

Die hoop was ik eerder bijna kwijtgeraakt.

Sinds mijn diagnose houd ik mijn leven dagelijks bij. Gisteren gaf ik mijn leven een 8.

Niet omdat kanker meevalt.

Niet omdat ik niet bang ben.

En al helemaal niet omdat ik niet weet hoe ernstig het kan zijn.

Maar omdat ik weet hoe diep ik eerder ben gegaan.

Misschien is dat waarom deze boodschap nu minder zwaar voelt dan je op basis van het woord ‘kanker’ zou verwachten.

Soms hoeft een zware ziekte er niet een te zijn waar je een scan van kunt maken.

Soms is het de strijd die niemand van de buitenkant kan zien.

Ik roep je op om er te zijn voor mensen die door een moeilijke tijd gaan, fysiek, maar ook zeker mentaal. Kook een pan met eten, vraag hoe het gaat, stuur een kaartje. Wees aanwezig. Heb geduld, ook als er even geen ruimte is voor wederkerigheid.

En dank aan mijn lieve (schoon)familie, vrienden en collega’s, die er in deze tijd van fysieke ziekte, maar ook in de lastige periode ervoor, altijd voor mij zijn geweest. Ze zijn een mooi voorbeeld van wat het betekent om er voor een ander te zijn!

 

Beeld: Miël Reijnen

 

Heb jij een ervaringsverhaal die je met ons wil delen? Mail ‘m naar redactie@fabulousmama.nl.
 
Scrollen is leuk. Maar een verse Fabulous Mama op de mat? Nog leuker. Check onze abonnementen hier.
 
Wil je tussendoor ook niets missen? Volg ons op Facebook, Instagram en
TikTok en schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.
Dan komen de leukste tips, verhalen en winacties gewoon naar je toe.

Beeld: Privé beeld Miël

Shop losse edities

Bestel Fabulous Mama en krijg hem gratis thuisbezorgd!

ALLEEN VOOR NIEUWE ABONNEES

Ontvang 6x Fabulous Mama op de deurmat én een persoonlijk cadeau naar keuze.