Kinderbedtijd: de harde realiteit
Kinderen tot 9 jaar liggen er volgens ouders uiterlijk om 19.30 uur in. Lekker vroeg erin, zodat ze rond 07.00 uur alweer naast je bed staan alsof ze een interne wekker hebben ingebouwd. Naarmate ze ouder worden, schuift het ritme mee. Brugpiepers en middelbare scholieren mogen gemiddeld tot 20.30 uur opblijven. Da’s voor hén een feest, voor ouders vaak gewoon een uurtje langer onderhandelen.
In de bovenbouw van de basisschool heeft 85,8% nog steeds een vaste bedtijd. Maar let op: rond hun dertiende worden ze rebels en gaat het hard achteruit. Het aandeel met een vaste tijd zakt van 71,7% (13-14 jaar) naar 57,3% (15-17 jaar). Kortom: pubers en bedtijden? Succes ermee.
En de ouders dan?
Ook daar is onderzoek naar gedaan. Ruim twee derde van de volwassenen volgt doordeweeks een vast slaapritme. Klinkt keurig, maar één op de zes wijkt écht nooit van het schema af – waarschijnlijk types die zelfs in het weekend met plezier om 07.00 uur naast de wekker staan.
De uitzonderingen? Peuterouders (want: nachtbrakers met kleine dramaqueens) en volwassenen zonder kinderen. Slechts zo’n 60% van hen houdt zich meestal aan vaste tijden.
In de praktijk ligt de meerderheid (58,5%) doordeweeks vóór 23.00 uur in bed. Maar er is ook een clubje nachtuilen: 13,3% duikt pas na middernacht onder de dekens, waarvan 3,7% zelfs pas ná 01.00 uur. Respect. Of medelijden.
Ochtendmensen united
’s Ochtends vertoont de wekker hetzelfde ritme: de meesten staan op tussen 07.00 en 07.59 uur (30,6%). Daarmee volgt het grootste deel dus het klassieke schema: voor elven naar bed, rond zevenen eruit.

