Broccoli, spruitjes of oma’s ovenschotel: alles wat groen of gezond is, wordt door veel kinderen direct gewantrouwd. De meeste kids staan bekend als moeilijke eters en dat is eigenlijk helemaal niet zo vreemd.
Aangeleerd of aangeboren?
Het lijkt soms kopieergedrag, maar uit onderzoek blijkt dat niet-lusten voor 72 procent genetisch bepaald is. Hoogleraar Voeding en Gezondheid Jaap Seidell vertelt in Quest dat kinderen het grootste deel van het supermarkteten wél lusten.
Zoet en vet winnen
Dat komt doordat veel producten zoet, vet of hartig (umami) zijn, zoals snacks en toetjes. Volgens Seidell is dat een evolutionair voordeel: deze smaken leveren veel energie, wat belangrijk is voor groei. Ook moedermelk is niet voor niets zoet en vet.
Bitter en zuur voelen onveilig
Bittere en zure smaken vermijden kinderen instinctief. In de natuur kunnen die smaken wijzen op giftig of bedorven eten. Dat deze smaken meestal veilig zijn, leren kinderen pas later.
Textuur telt mee
Niet alleen smaak speelt een rol, ook structuur. Kinderen beginnen met vloeibaar eten en moeten langzaam wennen aan kauwen. Tel daar de nee-fase bij op, en nieuwe gerechten worden ineens spannend.
Oefening baart eetlust
Een kind moet gemiddeld acht tot negen keer proeven voordat een smaak vertrouwd voelt. Proeven gebeurt met alle zintuigen: kijken, ruiken, voelen en luisteren.
