Bij een zwangerschap gaat het nogal vaak over haar. Wat ze eet. Of ze wel genoeg rust. Of ze foliumzuur slikt. Hoeveel koffie ze mag. Of dat ene glas wijn vóórdat ze wist dat ze zwanger was kwaad kon. En natuurlijk de eeuwige vraag of ze nou écht voor twee moet eten.
Logisch ook wel, want zij is degene die negen maanden lang een compleet mens uit haar lichaam tevoorschijn probeert te toveren.
Maar ondertussen loopt er nog iemand rond die biologisch gezien een stuk minder bijzaak is dan je misschien zou denken..
De vader.
Hij levert niet alleen de helft van het DNA. Zijn gezondheid vóór de zwangerschap, zijn zaadcellen en zijn genen kunnen invloed hebben op wat er daarna gebeurt. Zelfs bij de ontwikkeling van de placenta speelt zijn kant van het verhaal mee.
En nee, daarmee wordt hij niet ineens mede-zwanger.
Maar helemaal figurant is hij ook niet.
Mag jouw man een biertje?
Een zaadcel levert natuurlijk de helft van het genetische materiaal van de baby. Maar daarmee is zijn werk nog niet helemaal klaar.
De omstandigheden waarin zaadcellen worden gemaakt kunnen namelijk invloed hebben op hoe ze functioneren. Roken, ernstig overgewicht en bepaalde blootstellingen aan stoffen worden bijvoorbeeld in verband gebracht met veranderingen in sperma. Ook kunnen er kleine chemische veranderingen ontstaan die invloed hebben op hoe bepaalde genen later worden aan- of uitgezet.
Bij mannen die bijvoorbeeld roken of ernstig overgewicht hebben, zijn zulke veranderingen in onderzoek teruggevonden. Ook zijn er verbanden gevonden met bepaalde gezondheidsuitkomsten bij hun kinderen. Tegelijkertijd is dit onderzoeksgebied nog volop in ontwikkeling en zijn lang niet alle verbanden hard bewezen bij mensen.
Dus nee: één pizza, een paar slechte nachten of een weekendje bier verpest niet meteen het DNA van je toekomstige kind.
Pfoe gelukkig maar.
Maar het betekent wél dat de gezondheid van de vader vóór de zwangerschap méér is dan alleen een fertiliteitskwestie.
Misschien dus toch maar even stoppen met roken vóórdat de baby er is, jongens.
Verrassing: de placenta is óók deels van hem
De placenta heeft niet bepaald de meest sexy reputatie van alle zwangerschapsorganen. Toch is het een behoorlijk indrukwekkend ding.
Hij ontstaat uit het vroege embryo en bevat daardoor genetisch materiaal van zowel de moeder als de vader. De moeder levert de baarmoeder waarin de placenta zich ontwikkelt, maar de placenta zelf ontstaat uit weefsel dat afkomstig is van het embryo.
En die vaderlijke genen zitten daar niet gewoon voor spek en bonen.
Sommige genen gedragen zich namelijk anders afhankelijk van of ze van de moeder of van de vader afkomstig zijn. Een bekend voorbeeld is IGF2, een groeifactor die vooral vanaf de vaderlijke kopie actief is en onder andere betrokken is bij de groei van de placenta en de baby en bij de manier waarop voedingsstoffen worden doorgegeven.
Dus papa’s DNA zit niet alleen in de baby. Een deel van zijn genetische invloed werkt letterlijk mee aan het orgaan dat de baby tijdens de zwangerschap van zuurstof en voedingsstoffen voorziet.
Dat is toch een iets interessantere gedachte dan alleen:
“Hij heeft maar drie seconden werk gedaan.”
Kan een man dan ook invloed hebben op hoe gezond de zwangerschap verloopt?
Hier wordt het iets ingewikkelder.
Wetenschappers kijken steeds meer naar de rol van vaderlijke factoren bij zwangerschapsproblemen, waaronder problemen met de placenta, vroeggeboorte en pre-eclampsie.
Een recente systematische review waarin 48 studies werden bekeken, vond bijvoorbeeld verbanden tussen onder meer vaderlijke leeftijd, roken en bepaalde chemische blootstellingen en verschillende zwangerschaps- en placentaproblemen. Maar voordat alle mannen nu collectief hun geboortedatum moeten verstoppen: een groot deel van dit onderzoek is observationeel. Een verband betekent dus niet automatisch dat de ene factor rechtstreeks de andere veroorzaakt.
Toch is het interessant.
Want hoe een zwangerschap verloopt, lijkt dus niet alleen bepaald te worden door wat er in het lichaam van de moeder gebeurt. Ook de vaderlijke helft van de genetische puzzel kan een rol spelen bij hoe de placenta zich ontwikkelt.
En dan wordt het nóg interessanter.
Zaadvocht doet namelijk ook iets
Zaadvocht is namelijk niet alleen het goedje waarin zaadcellen terechtkomen. Het bevat ook allerlei stoffen die contact maken met het lichaam van de vrouw.
En rond de conceptie moet haar immuunsysteem een nogal ingewikkelde klus klaren.
Het embryo draagt voor de helft genetisch materiaal van een ander persoon. Toch moet haar lichaam niet denken: vreemde indringer, eruit ermee.
Onderzoekers denken daarom dat contact met zaadvocht vóór en rond de conceptie invloed kan hebben op de afweerreactie van de vrouw en op processen die belangrijk zijn voor de innesteling en de ontwikkeling van de placenta. Er zijn aanwijzingen voor zo’n verband, maar het bewijs is nog niet sterk genoeg om daar praktische zwangerschapsadviezen aan te hangen.
Dus nee:
“Schat, de wetenschap zegt dat we nóg een keer moeten.”
Dat staat hier niet.
Was het maar zo makkelijk.
En wie bepaalt eigenlijk of het een jongen of een meisje wordt?
Dan komen we bij misschien wel het bekendste stukje vaderlijke invloed: het geslacht van de baby.
De eicel van de moeder bevat altijd een X-chromosoom. Een zaadcel van de vader kan een X óf een Y meenemen.
Dus in de gebruikelijke chromosomale ontwikkeling geldt:
X + X = meestal een meisje (XX)
X + Y = meestal een jongen (XY)
Welke zaadcel de eicel bevrucht, bepaalt dus of het embryo meestal XX of XY is. Bij een Y-chromosoom speelt vervolgens het SRY-gen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de testes en de mannelijke geslachtsontwikkeling.
Kort gezegd: moeder levert een X, vader komt aanzetten met een X óf Y.
Dus als iemand ooit tegen een moeder zegt dat ze “een meisje heeft gemaakt”, kun je diegene er haarfijn aan herinneren dat papa voor dit specifieke stukje van de puzzel toch echt de andere helft van de kaarten in handen had.
Kun je dan timen voor een jongen of meisje?
Misschien heb je weleens gehoord dat Y-zaadcellen sneller zouden zijn, maar korter leven, terwijl X-zaadcellen langer zouden overleven. Volgens die theorie zou seks rond de eisprong meer kans op een jongen geven en iets eerder meer kans op een meisje.
Klinkt logisch.
Alleen de wetenschap zegt toch voorlopig: vooral leuk geprobeerd.
Een grote studie vond namelijk geen praktisch verband tussen het moment van seks rond de eisprong en het geslacht van de baby. Seks precies rond de eisprong gaf dus niet aantoonbaar meer kans op een jongen en een paar dagen eerder niet meer kans op een meisje.
De timing van seks doet natuurlijk wél iets voor de kans om zwanger te worden. De vruchtbare periode loopt grofweg over de vijf dagen vóór de eisprong en de dag van de eisprong zelf, omdat zaadcellen meerdere dagen kunnen overleven en een eicel maar relatief kort bevruchtbaar is.
Dus die ingewikkelde schema’s met “dinsdag een meisje, donderdag een jongen” kun je gewoon laten voor wat ze zijn.
Roze slingers of blauwe ballonnen bestellen op basis van je ovulatie-app? Zou ik nog even mee wachten.
En dan is er nog de meest onderschatte invloed: de partner
Niet alles hoeft via DNA, sperma en de placenta.
Een zwangerschap speelt zich tenslotte niet alleen af in het lichaam van een vrouw. Hij gebeurt ook binnen een relatie.
En hoe een partner zich gedraagt, kan wel degelijk verschil maken.
Onderzoek bij aanstaande ouders laat bijvoorbeeld zien dat goede steun tussen partners samenhangt met minder stress tijdens de zwangerschap. Die lagere stress hing vervolgens samen met minder problemen in de ouder-kindhechting na de geboorte. De gevonden effecten waren niet gigantisch, maar het patroon was er wel.
Dat betekent niet dat een man met één keer de vaatwasser uitruimen alle zwangerschapskwaaltjes kan voorkomen.
Was het maar zo makkelijk.
Maar betrokken zijn, luisteren, meedenken, meegaan naar afspraken en niet doen alsof zwangerschap vooral een project van haar is, zijn natuurlijk wél manieren waarop een partner iets kan bijdragen.
En laten we eerlijk zijn: soms is “ik regel vanavond het eten” al behoorlijk sexy.
Dus mannen, jullie zijn aan zet
Dit hele verhaal betekent natuurlijk niet dat een man verantwoordelijk is voor hoe een zwangerschap verloopt. Daarvoor is zwangerschap simpelweg veel te complex.
Maar misschien mogen we wel een beetje af van het idee dat “de vrouw is zwanger, dus zij moet gezond leven en alles goed doen.”
De vader levert niet alleen zijn helft van het DNA.
Zijn gezondheid vóór de conceptie kan invloed hebben op zijn zaadcellen. Zijn genetische materiaal speelt mee in de ontwikkeling van de placenta. Vaderlijke factoren worden in verband gebracht met bepaalde zwangerschaps- en placentaproblemen. En als partner kan hij bijdragen aan minder stress en meer steun tijdens de zwangerschap.
Dus de volgende keer dat iemand tegen een zwangere vrouw zegt:
“Je moet wel goed voor jezelf zorgen, hè?”
mag ze haar partner rustig aankijken. En hem een wortel (want we blijven wel gezond) geven.
Gewoon, voor de wetenschap.


