Heeft jouw kind moeite met verliezen tijdens een spelletje of sport? Dat komt vaker voor dan je denkt. Misschien wordt je kind boos, verdrietig of krijgt hij een driftbui als hij verliest. Of speelt hij vals, verzint excuses of geeft anderen de schuld.
Wat kun je dan het beste doen? Je kind laten winnen om ruzie te voorkomen? Even stoppen met spelen? Of juist alleen coöperatieve spelletjes doen?
Er is geen standaardoplossing. Elk kind is anders. Wel helpt het om de nadruk minder op winnen te leggen, goed gedrag te belonen, zelf sportief gedrag voor te doen en je kind te leren omgaan met teleurstelling en emoties.
Zo leert je kind sportief omgaan met winst én verlies, en blijft spelen vooral leuk.
De kunst van sportiviteit voor kinderen
Sporten en spelletjes zijn veel meer dan winnen. Kinderen leren samenwerken, omgaan met regels, doorzetten en rekening houden met anderen. Het helpt hen ook om zelfvertrouwen op te bouwen, sociale vaardigheden én mentale gezondheid.
Sportief zijn betekent bijvoorbeeld dat je de winnaar feliciteert, ook als je liever zelf met de beker naar huis was gegaan. Of de beslissing van de scheidsrechter accepteren, zelfs als je ervan overtuigd bent dat die een bril nodig heeft. Het is het respectvol omgaan met tegenstanders en leren van fouten.
Help je kind een goede winnaar én verliezer te worden
Als winnen het enige doel wordt, verdwijnt het plezier vaak snel. Veel kinderen haken daarom af bij sport. Door juist aandacht te geven aan inzet, samenwerken en plezier, help je je kind veel verder. Uit een onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat 70 procent van de jonge sporters op 13-jarige leeftijd stopt met georganiseerde sport.
Als kinderen, ouders, leerkrachten en coaches evenveel aandacht besteden aan de voordelen van lichaamsbeweging, vaardigheden leren, samenwerken, vriendschap en plezier als aan winnen, doet dat kinderen en de uitslag vaak goed.
Gebruik positieve bekrachtiging . Door bijvoorbeeld een compliment te geven wanneer hij zich sportief gedraagt. Want dat moedigt jouw kind aan om dit vaker te doen.
Kinderen kopiëren gedrag. Door een goed voorbeeld te geven, weten kinderen beter wat ze moeten zeggen en doen. Bijvoorbeeld:
Help je kind omgaan met teleurstelling
Verliezen doet pijn. Dat geldt voor kinderen én volwassenen. Boos, verdrietig of gefrustreerd zijn mag. Anderen uitschelden, agressie, of boos weglopen niet. Het gaat erom hoe je met die gevoelens omgaat.
Erken daarom eerst het gevoel:
Het kan ook helpen om te laten zien hoe je zelf met heftige gevoelens omgaat:
Wat als anderen vals spelen?
Soms is de frustratie terecht. Misschien houdt iemand zich niet aan de regels of voelt iets oneerlijk.
Praat er samen rustig over:
Met geduld, positieve aandacht en veel oefening leert je kind stap voor stap dat sportiviteit belangrijker is dan winnen. En uiteindelijk levert dat iets veel waardevollers op dan een medaille: plezier in samen spelen.

