Van 2021 tot 2025 daalde het aandeel jongens in het voortgezet onderwijs met een positieve houding tegenover homoseksualiteit van 40 naar 22 procent. Bij meisjes ging dat van 78 naar 51 procent. Ook voelen minder jongeren zich vrij om op school open te zijn over hun seksuele oriëntatie. Dat blijkt uit het HBSC-onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut.
Au. Dat doet pijn.
Want ondertussen leren we onze kinderen toch vooral: wees jezelf. Trek aan wat je leuk vindt. Zeg wat je denkt. Volg je hart. Maar blijkbaar geldt dat “wees jezelf” niet voor iedereen even vanzelfsprekend.
Maar waarom zou het jou iets kunnen schelen?
Een vraag die we onze kinderen misschien wat vaker mogen stellen: waarom vind jij het eigenlijk belangrijk op wie iemand anders verliefd wordt? Als twee mensen elkaar leuk vinden, elkaar respecteren en gelukkig zijn, waarom zou jij daar dan een probleem van maken?
Je hoeft het niet zelf te voelen. Je hoeft het niet te begrijpen. Je hoeft het zelfs niet interessant te vinden. Maar je hoeft het ook niet belachelijk te maken.
Dat verschil lijkt klein, maar is nogal belangrijk.
Je kind krijgt meer mee dan jij denkt
Natuurlijk kun je thuis zeggen dat iedereen zichzelf mag zijn. Alleen: jij bent niet de enige opvoeder.
Daar zijn school, vrienden, familie, TikTok, YouTube, Instagram, groepsapps en die ene klasgenoot die blijkbaar denkt dat hij op z’n twaalfde al de wereld heeft doorgrond.
Kinderen krijgen iedere dag ideeën en meningen voorgeschoteld. Soms van mensen die ze bewonderen, soms van mensen die vooral heel hard schreeuwen.
Dat betekent niet dat sociale media dé oorzaak zijn van de dalende acceptatie. Daarvoor is geen directe oorzaak-gevolgrelatie aangetoond. Maar het maakt wel duidelijk waarom het belangrijk is dat kinderen leren nadenken over wat ze online tegenkomen.
Een video is geen waarheid omdat hij viral gaat. En een influencer is geen autoriteit omdat er een blauw vinkje naast zijn naam staat.
Ook als je vanuit je geloof anders denkt
Hetzelfde geldt voor geloof en andere overtuigingen. Ouders mogen hun kinderen natuurlijk hun eigen waarden meegeven. Maar er is een verschil tussen “wij geloven dit” en “dus jij mag dat niet zijn.”
Je kunt ergens zelf anders over denken en tóch respect hebben voor iemand die een andere weg kiest.
Sterker nog: misschien is dát wel een van de belangrijkste dingen die je je kind kunt leren. Dat de wereld niet ophoudt bij je eigen overtuigingen.
Begin klein
Je hoeft thuis ook echt geen TED Talk over seksuele diversiteit te organiseren.
Als je kind “homo” als scheldwoord gebruikt, kun je gewoon vragen waarom dat een scheldwoord zou zijn. Als je samen een kinderboek leest waarin twee mama’s staan, hoef je daar geen bijzonder moment van te maken. Het zijn gewoon twee mama’s.
En als je kind zegt: “Dat vind ik raar”, kun je vragen: “Waarom eigenlijk?”
Niet om je kind meteen van gedachten te laten veranderen, maar om het te leren nadenken over waar zo’n mening vandaan komt. Want kinderen hoeven niet alles hetzelfde te vinden. Ze mogen vragen hebben. Ze mogen iets niet begrijpen.
Maar ze moeten wel leren dat er een mens tegenover hen staat.
Misschien is dat uiteindelijk de les
Je weet niet wie je kind later wordt. Misschien wordt het verliefd op een jongen, een meisje, allebei of voorlopig helemaal niemand. Misschien verandert het zelfbeeld nog honderd keer. Dat is allemaal onderdeel van opgroeien.
Wat je als ouder wél kunt meegeven, is dat liefde geen reden is om je voor te schamen.
Dat je niet minder waard bent omdat je anders bent.
En dat “iedereen mag zichzelf zijn” niet alleen geldt voor de mensen die toevallig precies hetzelfde zijn als jij.


