Toch is dat voorlezen de moeite waard. Want terwijl jij misschien vooral probeert om vóór 20.00 uur weer beneden te zijn, gebeurt er boven een hoop in dat kinderbrein. Voorlezen helpt bij de taalontwikkeling, concentratie, fantasie én de band tussen jou en je kind. Je kind hoeft daarvoor echt niet braaf met de handjes gevouwen naar je te luisteren.
Nieuwe woorden erin, zonder dat je ‘m aan het leren bent
Voorlezen is een soort taalgymnastiek, maar dan zonder matjes en zonder dat iemand hoeft te hijgen.
Kinderen horen tijdens het voorlezen woorden en zinnen die ze in het dagelijks leven misschien niet zo snel tegenkomen. Ineens gaat het over een gigantische draak, een onverwachte gebeurtenis of iemand die ontzettend teleurgesteld is. Allemaal woorden die hun woordenschat groter maken.
Bij jonge kinderen helpt voorlezen bovendien bij het leren herkennen van klanken, woorden en zinsopbouw. Oudere kinderen leren weer ingewikkeldere taal begrijpen.
En het mooie is: je hoeft helemaal niet te zeggen: ‘Vandaag gaan we woordenschat oefenen.’ Dat is ongeveer de snelste manier om je kind nooit meer een boek te laten aanraken.
Concentratie: van ‘KIJK EEN VLIEG!’ naar een heel verhaal volgen
Een kind hoeft niet meteen twintig minuten doodstil te zitten luisteren. Sterker nog: bij een peuter is dat ongeveer een ambitie van olympisch niveau.
Maar door regelmatig voor te lezen, leert een kind steeds beter luisteren en de aandacht bij een verhaal houden. Wat gebeurde er eerst? Wie zei dat? Waarom ging die beer eigenlijk het bos in?
Dat vermogen om te luisteren, informatie te onthouden en verbanden te leggen komt later goed van pas in de klas. Bijvoorbeeld wanneer de juf iets uitlegt zonder ondertussen een plaatje van een pratende banaan op het digibord te zetten.
Fantasie: want een doos is natuurlijk een raket
Een goed verhaal laat kinderen zelf beelden maken. Hoe ziet het kasteel eruit? Hoe groot is die draak? Wat zou jij doen als je opeens onzichtbaar was?
Daarmee train je de verbeelding. Je kind leert dat een verhaal niet alleen bestaat uit woorden op papier, maar dat je er zelf een hele wereld bij kunt bedenken.
En dat is ook precies waarom voorlezen zo leuk kan zijn. Jij leest over een kartonnen doos en je kind ziet een ruimteschip. Jij leest over een bos en je kind ziet een compleet pretpark voor kabouters. Prima. Die fantasie hoeft voorlopig nergens heen.
Emoties bespreken zonder dat je het over emoties hoeft te hebben
‘Hoe voel jij je eigenlijk?’ Kans dat je een uitgebreid antwoord krijgt: klein. ‘Waarom denk je dat hij verdrietig is?’ Kans dat je kind ineens wél begint te vertellen over die ruzie op het schoolplein: een stuk groter.
Boeken geven kinderen woorden voor gevoelens en situaties. Ze zien personages die boos, bang, jaloers, verdrietig of juist heel blij zijn. Daardoor kunnen ze makkelijker praten over wat iemand voelt en waarom.
En soms blijkt een verhaal over een boos konijn ineens verdacht veel te lijken op wat er die middag aan de keukentafel gebeurde.
Samen op de bank is óók ontwikkeling
Voorlezen draait niet alleen om taal en leren. Het is ook gewoon het samen zijn.
Je kind kruipt tegen je aan, jij leest een verhaal en even is er niets dat af moet. Die rustige aandacht helpt bij de band tussen ouder en kind. Het geeft een kind een gevoel van veiligheid en verbondenheid.
Die momenten worden vanzelf bijzonderder naarmate ze ouder worden.
Ook als ze zelf kunnen lezen: blijf lekker zitten
Zodra je kind zelf kan lezen, ligt het gevaar op de loer dat je denkt: mooi, opgelost.
Maar juist kinderen die al zelfstandig lezen, kunnen nog veel hebben aan voorlezen. Jij kunt verhalen lezen die qua taal en inhoud wat moeilijker zijn dan wat ze zelf kunnen lezen. Zo blijven ze nieuwe woorden, zinsconstructies en onderwerpen tegenkomen.
Een kind in groep 3 oefent vooral met lezen. Een kind in groep 5 kan steeds complexere verhalen volgen. In groep 7 of 8 kan het nadenken over personages, emoties, humor en de diepere betekenis van een verhaal.
Dus nee, je twaalfjarige is niet per definitie te oud voor een boek op de bank.
En als je kind alleen maar hetzelfde boek wil?
Ook goed. Ja, jij kunt inmiddels woord voor woord meepraten. Ja, je hebt de stemmetjes al drie weken geleden opgegeven. En ja, je droomt inmiddels van een ander boek.
Maar voor je kind is die herhaling juist prettig. Een bekend verhaal geeft herkenning en veiligheid en helpt bij het leren van nieuwe woorden en het begrijpen van de opbouw van een verhaal.
Dus als je voor de honderdste keer dezelfde beer uit hetzelfde bos moet redden: adem in, adem uit: je kind bouwt ondertussen gewoon aan zijn taal, fantasie, concentratie en wereldbeeld.