De ontwikkeling naar de eerste stapjes
Voordat je baby echt kan lopen, zijn er verschillende mijlpalen. Eerst leert je kindje zitten, kruipen en zich optrekken. Daarna komt het ‘meubeldansen’: langs de bank schuifelen terwijl je kleintje zich vasthoudt. Dit zijn allemaal belangrijke stappen op weg naar zelfstandig lopen.
Deze ontwikkeling start meestal tussen 10 en 18 maanden. Sommige kindjes lopen al met 10 maanden, terwijl anderen pas rond 18 maanden hun eerste echte stapjes zetten. En dat is helemaal prima! Elk kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo.
Zo moedig je je kindje aan
Creëer oefenmomenten
Je kindje heeft veel oefening nodig om de spieren en balans te ontwikkelen die nodig zijn om te lopen. Gelukkig kun je dit makkelijk stimuleren:
- Laat je baby oefenen bij lage meubels zoals tafeltjes of stoelen. Deze zijn perfect om aan op te trekken of langs te ‘wandelen’. Zet meubels ook eens wat verder uit elkaar, zodat je kindje kleine stukjes zelfstandig moet overbruggen.
- Leg een favoriet speeltje net buiten bereik, bijvoorbeeld op de bank. De motivatie om daar te komen zorgt vaak voor moedige pogingen om zelf te gaan staan en stapjes te zetten.
- Loop samen kleine stukjes door je kindje een handje te geven. Let op dat je hand niet hoger is dan schouderhoogte, anders gaat je kleintje hangen in plaats van zelf te stappen.
Handige hulpmiddelen
Een loopwagen of poppenwagen is ideaal om achter te lopen. Leg er wel iets zwaars in, zoals enkele boeken, zodat de wagen stabiel blijft en niet omvalt als je kindje erop leunt.
Speelgoed dat je baby staand kan gebruiken, stimuleert ook het oefenen met balans. Denk aan een speeltafel of een stevig speelgoedkeukenblok.
Veilig leren lopen
Veiligheid staat natuurlijk voorop tijdens deze spannende fase:
- Zorg voor goede grip: antislipsokjes op gladde vloeren of blote voetjes op vloerbedekking helpen je kindje stabiel te blijven staan.
- Maak je huis ‘loopvriendelijk’: verwijder losse kleedjes, bescherm scherpe hoeken en zorg dat gevaarlijke voorwerpen buiten bereik zijn.
- Blijf in de buurt, maar zonder voortdurend in te grijpen. Kinderen leren juist van kleine valpartijtjes. Ze bouwen hierdoor zelfvertrouwen op en leren hun grenzen kennen.
Hoe je je kleintje kunt helpen
Is je kindje bang om los te laten? Probeer dan samen staand een boekje te lezen of houd samen een knuffel vast. Zo wordt het loslaten minder spannend. Ga zelf op je knieën zitten met je armen uitgestrekt en nodig je baby uit om naar je toe te komen. Die grote glimlach en open armen zijn enorm motiverend! Maar onthoud: niet duwen of forceren – het moet vooral leuk blijven. Geef veel complimentjes bij elke poging. Niets werkt zo motiverend als een enthousiaste ouder die juicht en applaudisseert bij elke stap of poging daartoe.
Wanneer maak je je zorgen?
Maakt je kindje na 18 maanden nog geen aanstalten om te gaan lopen? Dan is een bezoekje aan het consultatiebureau een goed idee. Maar bedenk dat een wat later lopertje meestal helemaal niks aan de hand heeft. Sommige baby’s slaan kruipen zelfs helemaal over en gaan direct lopen, terwijl andere kindjes juist lang blijven kruipen omdat ze daar handig in zijn geworden.
Onthoud vooral: gras groeit niet harder als je eraan trekt. Gun je kindje de tijd om op eigen tempo deze vaardigheid te ontwikkelen. Voor je het weet, rent je kleine spruit de wereld tegemoet!


